
Kerstmis is in aantocht en het is er aan te merken... 35 graden, ja mijn kabas! Sinds enkele dagen zitten we in de Hunter Valley, de jagersvallei gelijk dat ze zeggen, de oudste en misschien wel bekendste wijnstreek in Australië. En we, dat zijn sinds een dikke week mezelf, Nico en Stijn. Een onwaarschijnlijk trio dat qua diversiteit de hutsepot van ons ma ver overtreft, maar daardoor net humorgewijs een enorm potentieel in zich draagt. In ieder geval, het deed deugd om nog eens zo voluit te kunnen lachen, plagen en grappen. Een maand alleen door de stad dolen maakt een mens weemoedig en stil. Heel stil. Ik was het niet meer gewoon veel te praten, in die mate zelfs dat ik na de eerste dag dat Nico neerstreek in Sydney met keelpijn opstond van te veel babbelen de vorige dag – en dat is echt geen grap. Een dag later arriveerde ook Stijn in Aussieland. Na een paar dagen in Sydney, dat moest, want ik zat nog vast aan mijn huurcontract in de Randwick Lodge tot 19 december , trokken we dan met onze gehuurde Mitsubishi Lancer richting Hunter Valley. Ik dacht aanvankelijk dat we een nog onbekend Australisch automerk ter beschikking kregen nadat ik op het huurcontract een ‘Mitsu’ zag staan, maar na interpellatie van Stijn werd het me duidelijk dat dat dus gewoon de afkorting van het bovenvermelde Japanse automerk is. Jammer, een Mitsu had ook leuk geweest.
In de laatste dagen te Sydney hebben we vooral wat nightlife verkend en buiten de eerder vernoemde zatte Britten die als loslopend wild in het grote stadspark genaamd Kings Cross rond zwierven, waren er best wel gezellige bars te ontdekken. Zoals Hugo’s, waar drie mannen normaal gezien nooit binnen geraken zonder dame in hun gezelschap. Mijn God, we hebben zelfs drie vrouwen rechtsomkeer zien maken. En toch binnengeraakt, jawel. Al was het maar omdat de drie Belgen voor de exotische flavour konden zorgen. Which we did in our very own style: uit de bol gaan op compleet foute discoclassics. Op zaterdag dan nog naar een optreden geweest in de stad, van Bayonets for legs, het groepje van Damien, de geluidstechnieker waar ik het in een eerdere blog al over had. De muziek was maar zo-zo, het decor boeide meer: een salon in ware Twin Peaks stijl, met rode gordijnen en stoffige canapés. I love it! O ja, nu ik over rode gordijnen bezig ben en voor ik het vergeet: de cinemazalen zijn hier top. Doorgaans kleine zaaltjes, waar de gordijntjes voor het scherm openvouwen wanneer de film start en waar de bezoekers gerust een flesje wijn mogen kraken (aan de bar krijg je zelfs glazen) of een eigen biertje mogen meebrengen. Zoveel gezelliger dan die kille megacomplexen in België. Laatst zag ik er nog de nieuwste film van Spike Jonze: Where the wild things are. Een fantastische, tedere, intelligente, grappige adaptatie van een kindersprookje. Op een prachtige soundtrack van Karen O van the Yeah Yeah Yeahs. Aanrader!

Op zondag dan voor vier dagen naar de Hunter Valley getrokken. Op het eerste zicht leek het ons misschien toch wat te lang, maar ik schrijf dit stukje nu op onze laatste avond hier in de YHA (jeugdherberg) van Hunter Valley en ik kan stellen: elke minuut van genoten. Het deed enorm deugd om eens uit de stad weg te zijn en gewoon al weggeblazen te worden door het gezoem van de krekels ’s nachts. Op weg naar daar in het Koala Sanctuary gepasseerd en er koala’s geaaid. Grappige jongens, die koala’s, hangen een ganse dag in een boom te slapen, zijn amper vier uur wakker per 24 uren en hebben als vacht een krultapijtje dat aanvoelt als een kroezelkopje dat al enkele weken niet meer gewassen is. 
Maar goed, de Hunter Valley dus. De eerste dag meteen een wine tour geboekt die ons langs vier van de ongeveer zestig verschillende wijngaarden (vineyards) leidde. Kwestie van ons eens goed ‘ te smijten’ en niet zelf te moeten rijden ondertussen. Maar best ook, zo bleek: 38 verschillende wijnen geproefd op één dag! De bedoeling is dat je tussendoor wel een aantal weggiet of doorspoelt, maar daar doen we uiteraard niet aan mee. Elk ingeschonken glas zou tot de bodem in ons opengesperd keelgat verdwijnen. Lusten of niet lusten, zo zijn wij, eerbare Belgen, opgevoed. Shiraz, Cabernet Sauvignon, Chardonnay. Champagnes, dessertwijnen, muscat. Ze passeerden allemaal de revue. Eerst nog met groot onderling onderscheid, naarmate de smaakpapillen verdoofd geraakten, vielen de verschillen echter minder op. Had je ons een warme cola zonder prik gegeven hadden we het waarschijnlijk nog als een ongelooflijke straffe rode wijn met sterke afdronk beschreven.
In ieder geval zeer leerzaam die trip. Ondanks alle promillegrenzen die we overschreden, menen we ons toch nog het volgende te herinneren van het discours dat we te horen kregen van onze gids Nigel: “De eerste die met een wijngaard begon in de Hunter Valley was een Schot, eind negentiende eeuw. Die had weinig succes maar effende wel het pad voor Portugezen en vooral de Fransen, die hier hun druiven invoerden. Vandaar dat je in de Hunter valley vooral Franse wijnsoorten aantreft, zoals de Chardonnay, Shiraz en Cabernet Sauvignon.” Tip voor de wijnliefhebbers die in België eens willen uitpakken met een Australisch wijntje: de Hunter Valley staat vooral bekend voor zijn droge witte wijnen. Met 2004 en 2007 als absolute topjaren. ’s Avonds was er een barbecue voorzien in de herberg, op het menu stonden kangarooburgers. Van mijn hart een steen gemaakt en toch eens geproefd. Redelijk taai en droog, maar voorts weinig verschillend van een normale hamburger...voor diegenen die het willen weten.
De dag erna zijn we, samen met Diane en Linda – twee sympathieke Hollandse dames die al meer dan een jaar aan een wereldreis bezig zijn- naar Newcastle gereden, een trip die wat tegenviel. Newcastle bleek een doodse havenstad te zijn. Die misstap hebben we dan ’s avonds goed gemaakt met een totaal uitzinnig experiment: eigen pizza’s maken. Ik weet het...totaal onverantwoord, je moet het mij niet vertellen.
Enfin, na een uur of vijf vuurtje stoken, tomaten snijden, chilli in de ogen uitwrijven (Nico slaagde met onderscheiding) en pizza’s draaien hadden we toch een stuk of zes eigenbereidde pizza’s achter de kiezen gestoken.
Dit alles met een klaarheldere hemel boven onze koekenpan, een laptop vol muziek (Sigur Ros van Nico en Latijnse muziek uit Argentinië van Linda) op de achtergrond en begeleid door een aangenaam avondtemperatuurtje van om en bij de twintig graden. Dat ze van VT4 hier maar eens komen filmen voor één of ander kookprogramma.
Verder is Hunter Valley heerlijk rustig. Onze herberg ligt in het midden van niets en nog nooit voelde niets zo juist aan. Met ons drieën behuizen we een kamer voor vier, klein maar proper. Voor onze deur huppelen de konijnen vrolijk in het rond. Nu, het is niet allemaal idyllisch natuurlijk. De insecten verdringen elkaar om aandacht en proberen ieder een stukje mensenvel te bemachtigen. Maar ach, je neemt het er bij en na slechts een paar dagen geraak je er zelfs aan gewoon. Achteloos sla je dan een gigantische ik-weet-niet-wat van je arm. –terwijl je uiteraard vanbinnen kapot gaat van de schrik, maar dat mag en kan je niet laten merken, stoere man zijnde-
Ook wel een paar interessante menssoorten ontdekt in de Valley. Er lopen hier een aantal kamikazes, randdebielen en ronduit schrikbarende individuen rond. Zo is er
Sideshow Bob (zo noem ik hem althans), ik schat hem ergens in de veertig, met een nektapijt waar zelfs Patrick Swayze in zijn betere haardagen stikjaloers op zou geweest zijn. Een man van weinig woorden, maar morbide lachsalvo’s. Hij dwaalt hier rond in deze houten barak, soms stopt hij even, staart je een paar minuten aan en begint dan hardop te lachen. Zomaar. Ik ben er nog altijd niet uit of ik het hilarisch of ronduit angstaanjagend moet vinden. Verder nog een Belg die hier een extreme makeover onderging: computerspecialist in België, GI Joe in Australië. Van de ene dag op de andere de schedel kaalgeschoren en ’s nachts op konijnen jagend met een biljartkeu of een zelfgefabriceerde val. Een paar nachten geleden werd hij nog kwaad op mij nadat ik om ongeveer drie uur ’s nachts mijn kamer uitkwam om naar het toilet te gaan en op die manier een konijn wegjoeg dat net z’n dood tegemoet huppelde. Even vreesde ik voor mijn eigen gehuppel, maar uiteindelijk ben ik toch redelijk veilig aan de wc geraakt. Fier dat ik alweer een konijn gered had.
Het is nu de laatste avond in Hunter Valley, morgen weer even naar Sydney, om daar Kerstmis te vieren met een barbecue op het strand. Stijn heeft zowaar twee goedkope nachten in het Marriott Hotel gevonden, ik sta nu al te popelen om de gezichten van de portiers te zien als we daar toekomen met onze rugzakken. (grijns) Ik hou jullie op de hoogte. Groeten van ons drieën!
Uitspraken in de categorie ‘anders bedoeld dan het eruit kwam’:
“Die beenhouwer zag er wel goed uit.” (Stijn)





