
Tot zover het werkgedeelte, now the fun part. Vorige maandag werd onverwacht een topavond. Ik was namelijk op weg naar een gratis singersongwriteravond in één of andere pub toen ik op straat de weg vroeg aan een hippe Aussie. Hij wist die pub niet zijn, maar nadat hij mij op weinig subtiele wijze had zitten monsteren, stelde hij me voor hem te volgen. Hij was immers op weg naar een jazzoptreden in een ‘old warehouse’. Een vriend van hem heeft daar een loft en gebruikt die twee avonden per week (maandag en woensdag) als concertzaaltje voor jazzensembles en big bands die hij zelf zoekt. Ik moet eerlijk toegeven dat ik eerst nogal sceptisch stond tegenover zijn aanbod. Ik had hier duidelijk met een gayfriend van het zuiverste soort te maken en de zin ontbrak mij enigzins om mij gewillig in een übergayfest te storten, waar mijn beige geklede bermudabroek toch maar zou afsteken tegen de glimmende lederhosen en spannende skinnypants. Anderzijds: dit was wel mijn kans om een uniek plekje en boeiende mensen te ontdekken. Charlie, want zo heette hij, mocht dan wel homo zijn, hij zag er wel onmetelijk cool uit. Ik mocht trouwens Charles zeggen. Terwijl we samen naar de loft wandelden, kwam ik te weten dat hij creative writing studeert en in de theaterwereld actief is. Komend jaar trekt hij voor zes maanden op stage naar Sevilla. Kortom: een interessante mens, onze Charles. Ingaan op zijn aanbod bleek nadien de beste zet die ik had kunnen verzinnen. We stapten een kleine deur door en stonden plots in een reusachtig gebouw. Een labyrint van gangen vol graffiti, bloedsporen op de trappen en betonnen constructies. Denk aan een verlaten parking. Het kraakpand ademde punk uit en werd bewoond door een heleboel artiesten die er vanalles... euh... artistieks mee deden.
Op de vijfde verdieping (mijn tong moest ik onderweg een tiental keren weer over mijn schouder zwieren) bevond zich de loft. Een vijftigtal mensen zaten er op de grond, de inkom bedroeg tien dollar en drank moest je zelf meenemen. Het wemelde er van de cultural folks en neen, op Charles en zijn vriend Jonathan na, vielen er nauwelijks homo’s te bespeuren. Ik leerde een aantal leuke mensen kennen en het concert van de Buttercups, of zoiets, was fenomenaal goed. Jazz gemixt met country, blues en een vleugje humor. Tegen 23u30 moest de loft ontruimd worden (een afspraak met de buren) en tegen 1u was ik weer in mijn huisje. Moe, maar uiterst voldaan. Helaas geen foto’s, ik had mijn fototoestel niet mee. Jammer.
Het leven in de Randwick Lodge (foto) bevalt me ook veel meer dan het leven in de hostels. Ik heb mijn eigen ruimte en toch is er een vriendelijk, zij het niet obligaat, contact met
de rest van inwoners van de Lodge. Zoals daar zijn: Dean en Aveen, een Iers koppel, die ik werkelijk voor geen letter versta. Maar soit, ik knik altijd begrijpend en vul hier en daar aan met ‘O really?’ en ‘Ah, okay’. Verder nog wat Britten, een paar oudere knakkers die je af en toe als schildpadden in de zon ziet voorbijkruipen in de gang. En Pete (foto), de Australische beer. Die toch wat ontgoocheld lijkt in het vrouwelijke ras na zijn recente breuk met zijn vriendin. “Women are like busses, when you miss one, you just take the next one,” luidt zijn devies tegenwoordig. Ik antwoord dan met ‘O really’ of ‘Ah, okay’.Wat hebben we voor de rest deze week nog zoal gedaan? Een Australische bankrekening geopend (nodig om hier te kunnen werken), eens op het strand gelegen (mijn eerste keer hier), een zwemabonnement aangeschaft in het sportcomplex van de Universiteit hier vlakbij, naar een verjaardagsdrink geweest en gisteren zoals de echte locals gebarbecued op het strand van Manly. Shelly
beach om precies te zijn. Een unieke plek, een verscholen baai tussen het groen, waar de Aussies een hele namiddag en avond komen eten en drinken. Joëlle had me uitgenodigd om samen met een aantal Amerikanen Thanksgiving te vieren op het strand. And so I did. (zie foto hiernaast, plus filmpje hieronder)
Tot slot heb ik ook al met mondjesmaat kunnen proeven van het uitgebreide dierenrijk dat in Australië huist. Slangen zijn mij tot nu toe bespaard gebleven, de enige slang die ik zag,
was diegene die je hiernaast op de foto ziet. Wel al de revue gepasseerd: een schorpioen, terwijl ik op mijn flipflops passeerde, dus maakte ik toch maar een boogje. Een hagedis. En kakkerlakken ter grootte van mijn middenvinger. I kid you not! De merde met die beesten is dat je ze niet mag doden, want ten eerste spat daar dan een misselijkmakende pulp uit hun lijf en daar komen dan weer bevriende kakkerlakken op af. Dus, niet doen! Alternatieven zijn: insectenspray gebruiken, met papier vangen en buiten gooien, of –zoals een Duits meisje me gisteren haar trukje verklapte- de stofzuiger zijn werk laten doen. Oké, genoteerd.
Enfin, dan ga ik deze post voor bekeken houden, want ik zo meteen vertrek ik naar het stadion van FC Sydney om er de voetbaltopper tussen FC Sydney (de Sky Blues) en Newcastle Jets te scouten.
Groeten en tot de volgende!
O ja, het moment van de dag/week was dus zonder enige twijfel het jazzoptreden op maandagavond. Geen verdere uitleg, die las je hierboven al.










Tegen 16u trein genomen richting Bondi Beach, de drang om de zee te zien was te groot. En ja hoor, ze waren er: de tientallen surferboys. Allemaal uiteraard zwaar geïmponeerd door die kathedraal van een borstkas die ik op mijn benen meesleep. Enfin, dat dacht ik althans in hun ogen te lezen. Van daaruit ook eens beginnen uitkijken naar een goedkope en gezellige herberg om vanaf zondag in te trekken. Echter niet veel soeps gezien, i’m getting too old for this, dacht ik zelfs op een moment. Tot ik in Kings Cross, een buurt die aan Bondi grenst en bekend staat voor zijn extravagante, marginale bevolkingsgroep. (prostitutie, sportsbars, veel herbergen, exclusieve loungebars, trendy jongeren) That’s where I fit in, blijkbaar. Vond er de Blue Parrot Hostel, waar een aangename en losse sfeer hing. Dus tenzij ik alsnog besluit voor couchsurfing te kiezen of een buitenkansje vind om een studio te huren voor een maand, zal ik vanaf zondag wellicht daarheen trekken om er een dorm te delen met drie of vijf anderen. Ik geniet nu dus volop van mijn laatste dagen privacy, dat kan ik u vertellen. Anderzijds, daarom ben ik hier: om dingen te doen, die ik anders nooit zou doen. Om nieuwe mensen te ontmoeten en te leren. Met altijd een single kamertje te huren, zal dat veel lastiger worden, weet ik nu al.
