Jawel, het treuren of feesten mag een aanvang nemen. Het staat immers min of meer vast dat ik rond 7 mei zal terugkeren naar het hart van Europa. My beloved Belgium. Als duistere aswolken en een zo goed als lege geldbuidel dat tenminste toelaten. Dat wil meteen ook zeggen dat ik na zes maanden rondzwerven hier aan mijn laatste weken op Australische grond bezig ben. Op 30 april moeten Anneke en ik onze camper –hij is ondertussen een vast deel van ons reizigersbestaan geworden- inleveren te Sydney en daarna blijven we nog een vijftal dagen in Australië’s bekendste stad. Momenteel zitten we in Byron Bay, een stukje hippiegrond langs de kustlijn van New South Wales, de laatste rechte lijn richting Sydney.Even op onze kilometerteller gekeken en vastgesteld dat we de voorbije vijf weken zo’n 12000 kilometer hebben gevreten. Eindeloze rechte wegen door de Outback, kronkelende paadjes langs nationale parken, overstroomde straatjes in het tropische Noorden en stoffige zandwegen op Kangaroo Island. Maar goed, een beschouwend slotschrijfsel krijgen jullie wel te lezen zodra ik weer in België ben en mijn avontuur Down Under er definitief op zit. Eerst nog een overzichtje van de voorbije anderhalve week, vers van de pers.
Daarin was er zelfs ruimte voor een stukje zeemansdrift. Van 13 tot 16 april dobberden An en ik immers op de blauwgroene zee rond het magische Great Barrier Reef en de paradijselijke Whitsunday Islands. Voor een fatsoenlijk verteerbaar bedrag (een last minute deal) konden we mee met een driedaagse zeiltocht op een catamaran. Daarop, buiten wij twee coole matrozen, nog twee koppels (Mathias uit Duitsland, Chusa uit Spanje, Ali en Safoura uit Iran) en een gezin van drie (Pete, een Aussie pastoor en Susana en Elijah, zijn Filippijnse vrouw en zoon). De wiskundigen onder ons hebben al lang door dat dat een totaal van negen maakt, plus de kapitein Pete en zijn eega/hostess Trish. Buiten pastoor Pete, die nogal over zijn Sweet Lord kon doordrammen en steevast alom gekende waarheden verkondigde als ware het een buitengewoon Evangelie, een zeer aangenaam gezelschap. Met Ali en Safoura hebben we nadien trouwens nog eens afgesproken in Surfers Paradise, een soort Salou aan de Australische kust,
waar zij nog een achttal dagen verbleven en wij op doortocht waren.
De zeiltocht dan. Die was...euh... interessant. Zo leerde ik dat mijn benen liever op vaste grond staan dan op kabbelende scheepsdekken. Anneke bleek daar minder last van te hebben en vond het een leuke bezigheid om dan maar met mijn lijkbleke gezicht te lachen. Overigens bleek ik niet de enige Piet Piraat te zijn die iets of wat misselijk werd van de nogal ruwe golven. Met momenten haalden we 15 knopen louter op windkracht, voor de zeilleken onder ons: dat is veel! Enfin, ik geef het maar mee om mijn imago van stoere zeebonk niet helemaal te kelderen. Buiten de winderigheid, op zee dus, was’t wel een boeiende trip. Zo kreeg ik de gelegenheid om voor de eerste keer in mijn leven te snorkelen, op de majestueuze Great Barrier Reef, nauwelijks een beter denkbare plaats mogelijk. Koraalriffen all over the place en terwijl je snorkelde -en hoopte dat een zeearend je niet aanzag als een smakelijk stuk vis- zwommen honderden visjes rond je. Exemplaren in alle kleuren van de regenboog en alle maten en gewichten, Nemo & Friends. Haaien, dodelijke kwallen (stingers noemen ze dat hier), reuzeroggen en zeeslangen peddelden ergens in de omgeving ook rond, maar gelukkig hebben we van dat gespuis enkel de zeeslang zien voorbij dobberen. Ter bescherming tegen die kwallen moest je trouwens verplicht een wetsuit dragen. Héél sexy, dat kan ik u vertellen. Vooral in combinatie met reusachtige zwemvliezen en een knalgroene duikbril.
Samengevat: het waren drie spannende dagen, tot in de puntjes verzorgd en met leuke mensen aan boord, maar ‘k was toch content weer voet aan wal te zetten. Ali, uit Teheran, maakte me bovendien wegwijs in het religieuze leven in het Midden-Oosten. Eindelijk weet ik wat het essentiële verschil is tussen de Sunnis en de Shias. Sunnis zijn strikter en geloven in één enkele Profeet, Mohammed. Terwijl Shias opener zijn en geloven in de komst van meerdere profeten. Iran, één van de meest liberale landen in het Midden-Oosten bestaat voor 70 procent uit Shias, zoals Ali en Safoura zelf. Tot zover mijn traditionele informatieve kwartiertje.
Vanuit Whitsunday Islands ging het verder zuidwaarts richting Brisbane.
Eén van de tussenstops op weg naar daar was in Tin Can Bay, een miniscuul dorpje, maar toch gekend omwille van zijn dolfijnenbestand. Dolfijnen komen er vanuit de zee een riviertje ingezwommen om er aan de visserskade ontbijt geserveerd te krijgen. Resultaat: ’s ochtends –ik spreek van 7u30- kan je er tot kniediep tussen de wilde dolfijnen staan. Er staan wel wat opzichters rond je om te voorkomen dat de mensen de dolfijnen zouden aanraken of op eigen houtje zouden voederen, zo vermijden ze dat de ‘wilde’ dolfijnen te afhankelijk worden van ons, mensen. Een speciaal moment toch.
Van daaruit naar Rainbow Beach, waar de krachtige zeewind zandbanken van vijftig meter hoog blaast en de rotsen eigenaardige kleuren meegeeft (vandaar de naam Rainbow beach).
Via een tussenstop bij een prachtige zonsondergang in de Glasshouse Mountains
bereikten we Brisbane, met zijn anderhalf miljoen inwoners de grootste stad van de staat Queensland. Café’s en winkels genoeg, maar eigenlijk ontbreekt de stad wat ziel. Brisbane wordt in tweeën verdeeld door een kronkelende rivier, hier en daar zijn er wel gezellige plekjes, maar toch is het hard zoeken naar bezienswaardigheden of echt sfeervolle pleintjes. Na anderhalve dag hielden we het daar voor bekeken en zijn we doorgereden naar Surfers Paradise voor de nodige portie zon, zee en vertier.
Mocht u zich trouwens afvragen waar het gedeelte tussen Darwin (einde vorige blog) en het Great Barrier Reef is gebleven, wat toch zo’n tweeduizend kilometer behelst: dat is de literaire vrijheid die ik te baat heb genomen om meteen met het boeiendste te beginnen. De tocht van Darwin naar Townsville was lang en bestond voornamelijk uit lange rijsessies. Al waren er op gezette tijden enkele hoogtepunten. De Florence Waterfalls in Litchfield National Park bijvoorbeeld. Litchfield wordt beschouwd als het kleinere broertje van Kakadu NP, maar kan uitpakken met een aantal prachtige watervallen en lagune’s. Waarvan Florence er één is. Daarna volgde een lang stuk baan langs verlaten outback en onmetelijke weilanden. De eerstvolgende noemenswaardigheid was eigenlijk in Charters Towers, zo’n 2000 kilometer verderop, vlak voor het bereiken van de kustlijn van Queensland. Zeer toevallig verzeilden (ja sorry, ik zit nog altijd met dat zeilen in mijn hoofd) we daar op een soort rodeo contest, waar de plaatselijke Lucky Luke’s genoegen schepten in dingen als ‘catch the bull’ en trots paradeerden met hun blinkende cowboyhoeden. Een dikke fluim later zaten we weer in onze camper, op weg naar Townsville, het was reikhalzend uitkijken naar het wederzien met de bewoonde wereld. Sinds Townsville moet ik toegeven dat zowel Anneke als ik naar ‘relax-modus’ zijn overgeschakeld, zo kabbelen we lekker gezapig door deze laatste week met de mobilhome.

Nog een laatste keer zoeken naar gratis douches en bidden dat we ’s nachts niet wakker geklopt worden door politie wegens illegaal kamperen. Het heeft zijn charmes, maar ’t is mooi geweest. De laatste blog vanop Australische bodem zal vanuit Sydney zijn, ergens volgende week. Talk to you soon!
En als uitsmijter -het was alweer veel te lang geleden- nog eens een quote van de week, gisteren ontdekt in een prentboekje te Bellingen:
"You can't stop the waves, but you can learn how to surf." Qua Australische wijsheid kan dat tellen, denk ik.

Weer heerlijk stukje !
ReplyDeleteps : ik begin alvast te 'feesten' :-)
"De Mamsie"
Waar blijft het vervolg??
ReplyDelete