29/11/09

BBQ, jazz and cockroaches


Het wonder is geschied, het wonder is geschied... Jawel, we hebben een job! Maar wellicht niet voor lang. Sinds vorige vrijdag ben ik officieel aangesteld als flyer distributor, het is te zeggen: ik steek promoblaadjes in de postbussen. Ik vermoed dat ik daarmee zo ongeveer de meest onderbetaalde job aller tijden heb binnengehaald: 25 dollar per duizend blaadjes die ik verdeel. En ja, ze controleren dat. Elke avond moet ik na mijn ronde een mail sturen naar de ‘chief’ met daarin een opsomming van de straten die ik afgestapt heb. Mijn gebied is dat van Maroubra Beach, aan de kust dus, wat op zich wel leuk kan zijn, maar bij een loden zon en een temperatuur van dertig graden kan ik u vertellen dat het plezier van in open lucht te werken er snel van af is. Om u een idee te geven: voor elke duizend flyers moet je rekenen op ongeveer drie uur rondwandelen. Een kleine rekensom leert ons dus dat ik niet eens tien dollar per uur verdien. Hetzij 6 euro. Dan kan ik eigenlijk nog beter een klak voor mijn voeten leggen en op straat gaan zitten. Tiens, nu ik daar zo over denk, misschien moet ik maar eens checken of ik daar óók een cursus voor moet volgen... Kortom, ik heb mijn werkgever al meteen laten weten dat ik aan dat tarief onmogelijk op een fatsoenlijke en eerlijke manier verder kan blijven werken. Hij beloofde het bedrag te verhogen naar 35 dollar zodra mijn eerste ‘karton’ verdeeld is. Goed, zolang ik geen ander werk vind, blijf ik dit maar doen, op die manier heb ik toch iets van inkomen. Overigens was die werkgever, Andre Nader luidt zijn naam, redelijk vlot in zijn wervingstechniek. Op vijf minuten had ik papieren getekend en stond ik met 4000 flyers in mijn handen op straat. Zijn uitleg: “I’m not going to explain you how to work, it’s not rocketscience, right?!” Right. Ik schrijf het in mijn notitieboekje op als nominatie voor uitspraak van de dag.

Tot zover het werkgedeelte, now the fun part. Vorige maandag werd onverwacht een topavond. Ik was namelijk op weg naar een gratis singersongwriteravond in één of andere pub toen ik op straat de weg vroeg aan een hippe Aussie. Hij wist die pub niet zijn, maar nadat hij mij op weinig subtiele wijze had zitten monsteren, stelde hij me voor hem te volgen. Hij was immers op weg naar een jazzoptreden in een ‘old warehouse’. Een vriend van hem heeft daar een loft en gebruikt die twee avonden per week (maandag en woensdag) als concertzaaltje voor jazzensembles en big bands die hij zelf zoekt. Ik moet eerlijk toegeven dat ik eerst nogal sceptisch stond tegenover zijn aanbod. Ik had hier duidelijk met een gayfriend van het zuiverste soort te maken en de zin ontbrak mij enigzins om mij gewillig in een übergayfest te storten, waar mijn beige geklede bermudabroek toch maar zou afsteken tegen de glimmende lederhosen en spannende skinnypants. Anderzijds: dit was wel mijn kans om een uniek plekje en boeiende mensen te ontdekken. Charlie, want zo heette hij, mocht dan wel homo zijn, hij zag er wel onmetelijk cool uit. Ik mocht trouwens Charles zeggen. Terwijl we samen naar de loft wandelden, kwam ik te weten dat hij creative writing studeert en in de theaterwereld actief is. Komend jaar trekt hij voor zes maanden op stage naar Sevilla. Kortom: een interessante mens, onze Charles. Ingaan op zijn aanbod bleek nadien de beste zet die ik had kunnen verzinnen. We stapten een kleine deur door en stonden plots in een reusachtig gebouw. Een labyrint van gangen vol graffiti, bloedsporen op de trappen en betonnen constructies. Denk aan een verlaten parking. Het kraakpand ademde punk uit en werd bewoond door een heleboel artiesten die er vanalles... euh... artistieks mee deden.


Op de vijfde verdieping (mijn tong moest ik onderweg een tiental keren weer over mijn schouder zwieren) bevond zich de loft. Een vijftigtal mensen zaten er op de grond, de inkom bedroeg tien dollar en drank moest je zelf meenemen. Het wemelde er van de cultural folks en neen, op Charles en zijn vriend Jonathan na, vielen er nauwelijks homo’s te bespeuren. Ik leerde een aantal leuke mensen kennen en het concert van de Buttercups, of zoiets, was fenomenaal goed. Jazz gemixt met country, blues en een vleugje humor. Tegen 23u30 moest de loft ontruimd worden (een afspraak met de buren) en tegen 1u was ik weer in mijn huisje. Moe, maar uiterst voldaan. Helaas geen foto’s, ik had mijn fototoestel niet mee. Jammer.


Het leven in de Randwick Lodge (foto) bevalt me ook veel meer dan het leven in de hostels. Ik heb mijn eigen ruimte en toch is er een vriendelijk, zij het niet obligaat, contact met de rest van inwoners van de Lodge. Zoals daar zijn: Dean en Aveen, een Iers koppel, die ik werkelijk voor geen letter versta. Maar soit, ik knik altijd begrijpend en vul hier en daar aan met ‘O really?’ en ‘Ah, okay’. Verder nog wat Britten, een paar oudere knakkers die je af en toe als schildpadden in de zon ziet voorbijkruipen in de gang. En Pete (foto), de Australische beer. Die toch wat ontgoocheld lijkt in het vrouwelijke ras na zijn recente breuk met zijn vriendin. “Women are like busses, when you miss one, you just take the next one,” luidt zijn devies tegenwoordig. Ik antwoord dan met ‘O really’ of ‘Ah, okay’.


Wat hebben we voor de rest deze week nog zoal gedaan? Een Australische bankrekening geopend (nodig om hier te kunnen werken), eens op het strand gelegen (mijn eerste keer hier), een zwemabonnement aangeschaft in het sportcomplex van de Universiteit hier vlakbij, naar een verjaardagsdrink geweest en gisteren zoals de echte locals gebarbecued op het strand van Manly. Shelly beach om precies te zijn. Een unieke plek, een verscholen baai tussen het groen, waar de Aussies een hele namiddag en avond komen eten en drinken. Joëlle had me uitgenodigd om samen met een aantal Amerikanen Thanksgiving te vieren op het strand. And so I did. (zie foto hiernaast, plus filmpje hieronder)






Tot slot heb ik ook al met mondjesmaat kunnen proeven van het uitgebreide dierenrijk dat in Australië huist. Slangen zijn mij tot nu toe bespaard gebleven, de enige slang die ik zag, was diegene die je hiernaast op de foto ziet. Wel al de revue gepasseerd: een schorpioen, terwijl ik op mijn flipflops passeerde, dus maakte ik toch maar een boogje. Een hagedis. En kakkerlakken ter grootte van mijn middenvinger. I kid you not! De merde met die beesten is dat je ze niet mag doden, want ten eerste spat daar dan een misselijkmakende pulp uit hun lijf en daar komen dan weer bevriende kakkerlakken op af. Dus, niet doen! Alternatieven zijn: insectenspray gebruiken, met papier vangen en buiten gooien, of –zoals een Duits meisje me gisteren haar trukje verklapte- de stofzuiger zijn werk laten doen. Oké, genoteerd.



Enfin, dan ga ik deze post voor bekeken houden, want ik zo meteen vertrek ik naar het stadion van FC Sydney om er de voetbaltopper tussen FC Sydney (de Sky Blues) en Newcastle Jets te scouten.


Groeten en tot de volgende!


O ja, het moment van de dag/week was dus zonder enige twijfel het jazzoptreden op maandagavond. Geen verdere uitleg, die las je hierboven al.

3 comments:

  1. Lodge ziet er leuk uit. Ik denk dat je daar echt jeplekje hebt. The year of the living dangereously: going out with a gay brother!
    Je vindt wel een andere job nu je on the roll bent. Keep up the spirit. Dad

    ReplyDelete
  2. Bon Matti, ik had graag begonnen met te zeggen dat we Soloslim zwaar onder hun teelballen gegeven hebben maar dat is helaas niet waar.
    Het zat er in maar het kwam er niet uit ge kent dat wel :)
    Ik lees dat ge een carriere als propper begonnen zijt. Mooi zo dat is alleszins opwaarts! Hopelijk is sl nog altijd pl in Australië en (gezien de risico's die ge toch aan het nemen zijt) kunt ge dat verkracht worden ook nog lang uitstellen... toi toi toi


    Kevster :)

    ReplyDelete
  3. Wacht ongeduldig op een vervolg ;-)

    ReplyDelete